JOTTUM | HOE IK EEN BOOM NIET KAN OPTUIGEN

boom1

Bij het optuigen van een boom denk ik aan films zoals ‘Alles is Liefde’, waarin gelukkige stelletjes romantisch een boom op de hippe bakfiets vervoeren, terwijl het sneeuwt en Barry Atsma de boom, het meisje én de tas vol gourmetspullen achter op zijn fiets vervoert. De sneeuw valt, straten hangen vol lampjes en die boom wordt binnen enkele minuten opgetuigd zoals je ze alleen bij de Bijenkorf ziet staan. Of ik denk aan Shifra, die het binnen halen van een boom als een grote date beleeft, waar ook nog eens de zon schijnt (op deze manier wil je toch 530 bomen halen?).

Maar goed. Je kan je voorstellen dat ik dit jaar dus een kerstboom eiste met al deze verheerlijking in mijn hoofd. Ik woon nog niet zo lang samen met mijn vriend, maar het idee van een eigen kerstboom hebben was zelfs een van de redenen dat het samenwonen destijds moest gebeuren (dat is een grapje). En dus, het was 2 dagen na Sinterklaas, vonden we dat het tijd was voor een kerstboom. Zonder enige voorbereiding besloten we een kleintje te nemen bij de Albert Heijn. Zo lang het maar een echte is he!

Het was maandagavond en de kerstbomen vlogen als warme broodjes over de toonbank. Hèhè, Sinterklaas is voorbij, hup op naar het volgende feest! Resultaat: er stonden nog maar twee boompjes in het formaat die wij wilden in een, zachtuigedrukt, niet al te beste staat. Nou zou je kunnen zeggen ‘dan ga je toch een dag later, dan heb je wat meer keus!’. Maar nee, wanneer ik een plan in mijn hoofd heb, moet en zal ik dat uitvoeren en wel meteen (check: slechte eigenschap). En dus moest de keus gemaakt worden tussen de twee Tjernobyl boompjes.

Boompje A) Redelijk groot (+), rechtstaand (+) maar  bovenin kaal zodat er een soort van lange stok uit stak ( – – – )

Boompje B) Kleiner (-), scheef als de toren van Pisa (-) maar takken mooi verdeeld (++++)

En dat laatste punt vonden we blijkbaar zo belangrijk dat we na een kleine discussie ( ‘waarom gaan we niet gewoon morgen?? – omdat ik nú een boompje wil’ *sweet sixteeen*) de scheve en kleinere boom mee naar huis ging. Gefeliciteed boom B!

Dus mijn vriend slalommend met boom B achterop de fiets naar huis (niet geheel Barry Atsma – alike, maar het kwam goed in de buurt) terwijl ik al met mijn hoofd bij de versiering zat. ‘Je weet dat een boom eerst en dag moet wennen aan de binnentemperatuur hè?’ zei mijn vriend toen we onze fietsen aan het parkeren waren. Ik besloot dat dit vast niet echt noodzakelijk zou zijn bij een boompje die toch al vrij gehavend was. ‘We kunnen hem best alvast neerzetten’ opperde ik. Mijn vriend, die inmiddels na de barre fietstocht ook al wat meer aan het gehavende boompje was gehecht, stemde in. ‘We hebben ‘m nu toch, kan hij net zo goed meteen mee’.

En toen ging het feest pas écht beginnen. Aan gebrek aan pot plaatste mijn vriend het boompje in een grijze emmer, zo eentje die ook wordt gebruikt bij ‘ziekte’ (onvoorbereid weet je nog). Ik drappeerde wat witte lakens om de emmer heen en toen kon het versieren beginnen. Dat dacht ik ten minste. Bye bye Bijenkorf boom en hallo kut lampjes die in elkaar blijven hangen. Wat kan je daar agressief van worden zeg. Dit laten ze in die romantische films dus niet zien. En wat ze ook niet laten zien is dat als je dan ein-de-lijk na 20 jaar die lampjes uit elkaar hebt getrokken, hoé je die lampjes vervolgens weer mooi en symmetrisch erin krijgt.

boom2

Eind goed al goed. Mijn vriend bakte pannenkoeken, terwijl ik turquoise lintjes en vogeltjes in de boom plaatste. En nu staat hij hier te staan. En als ik naar hem kijk moet ik lachen, want ondanks dat hij (sort of) recht is geduwd en de versiering nog best wel leuk is, is het bij lange na niet de Alles is Liefde of Bijenkorf boom. Maar het is wel ónze boom.